Fundament melk in het Geloof

Het Fundament

Hebreeën 5:11 t/m 6: 1-2 Hierover hebben wij veel te zeggen

want hoewel gij, naar de tijd gerekend, leraars behoorde te zijn hebt gij weer

nodig, dat men u de eerste beginselen van de uitspraken Gods leert, en gij hebt

nog melk nodig (en) geen vaste spijs. Het fundament is: bekering van dode

werken en geloof in God, van een leer van dopen en van oplegging der

handen, van opstanding der doden en van een eeuwig oordeel; en dat zullen

wij doen, indien God het vergunt.

 

1. Bekering van dode werken.

- Zonde waarvan je, je nog niet bekeerd hebt

- Handelen vanuit een verkeerde motivatie

- Handelen buiten God om

 

2. Leer van Geloof in God.

Het geloof in de Engelse Bijbel wordt in 2 verschillende woorden

uitgedrukt. Namelijk: Believe en Faith

Believe is de berustende vorm: Ik geloof het want ik zie het.

Faith is het vol vertrouwende geloof. Ik geloof in wat ik (nog) niet zie

maar wel op vertrouw! (Hebreeën 11:1)

 

3. Leer van dopen.

1. Doop in Mozes (1 Korintiërs 10:2)

2. Doop van Johannes de doper (Markus 1:1-5)

3. Doop van de Heer Jezus (Matteüs 3:10-17)

4. Doop in het lichaam van Christus (1 Korintiërs 12:12-27)

5. Doop in Zijn dood (Romeinen 6:1-14)

6. Doop in Christus (gezalfde) (Galaten 3:26-28)

(Doop 4, 5 en 6 krijg je bij de Wedergeboorte)

7. Doop in water (Handelingen 8:26-40)

8. Doop in de Heilige Geest (Johannes 1:32-34)4.


4. Leer van oplegging der handen.

 

            Oud verbond                                                 Nieuw verbond

1

Bij zegenen, Genesis 48:9,14

1

Bij zegenen, Matteüs 19:13,15

2

Bij het brandoffer, Leviticus 1:4

2

Bij genezingen van de Heer,
Lucas 13:13

3

Bij het zondoffer, Leviticus 4:1

3

Bij Genezingen Apostelen,
Handelingen 9:12,17

4

Verzoenoffer, Leviticus 16:21,22

4

Wat Jezus ons heeft opgedragen,
Markus 16:18

5

De priesterlijke zegen,
Numeri 6:22-27

5

Bij het ontvangen van
De Heilige Geest,
Handelingen 8:18,19

6

Bij de aanstelling van leiders,
Numeri 27: 18,19,23

6

Bij het ontvangen van de
Geestesgaven,
1 Timotheüs 4:13,14

7

Bij de afzondering, de wijding,
van de Levieten, Numeri 8:9-11

7

Bij het opdragen en uitzenden van
zendelingen, Handelingen 13:1-3

8

Bij de bestraffing van een
vloeker, Leviticus 24:11-14

8

Bij het aanstellen van diakenen,
Handelingen 6: 3-6

Er staat tevens een waarschuwing in de Bijbel: 1 Timotheüs 5:22
"Legt niet overijld de handen op, heb ook geen deel aan de zonden van anderen,
houd u rein"

 

5. Leer van opstanding der doden.
1 Korintiërs 15:12-20 De betekenis van Christus’ opstanding
1 Thessalonicenzen 4:13-18
De belangrijkste opstanding is de Geestelijke opstanding in de
wedergeboorte. Je bent dan als het ware opgestaan uit de
Geestelijke dood en overgegaan in het Geestelijke leven
(Wedergeboorte)


6. Leer van een eeuwig oordeel.
Dit staat voornamelijk in Openbaring 20. Wanneer je een kind van
God bent, val je niet onder het oordeel.